De Tillegemdreef (N31) in Brugge wordt verbreed om ruimte te bieden aan het toenemende autoverkeer rondom de stad. Door de verbreding worden diverse kruisingen met andere wegen onveilig, deze moeten ongelijkvloers worden gemaakt. Langs beide zijden van de Tillegemdreef staan oude geknotte eiken en beuken, het is de bedoeling deze zoveel mogelijk te sparen. Verder moet het verkeer zo min mogelijk hinder ondervinden van de uitvoering. Bovendien wil opdrachtgever het Vlaamse Agentschap Wegen en Verkeer een duurzaam ontwerp. ARCADIS heeft het architectonische en civieltechnische ontwerp van een voetgangers- en fietsbrug verzorgd.
Randvoorwaarden
Bij de uitwerking van de voetgangersbrug is uitgegaan van de volgende randvoorwaarden:
- De helling van de trap moet beperkt blijven zodat de fietsersgoten optimaal te gebruiken zijn.
- Maximaal behoud van de bomen in de Tillegemdreef.
- Minimale inbeslagname van gronden in het parkgebied.
- Minimale hinder voor het verkeer tijdens uitvoering.
- Duurzaam ontwerp.
- Optimale inpassing in stedelijk weefsel.
Ontwerp
De voetgangers- en fietsersoversteek over de N31 is door de architecten Beate Vlaanderen en Jeroen Eulderink ontworpen als een combinatie van fietstrap en brug. De door de aanwezigheid van oude bomen beperkte ruimte lag aan de basis van het ontwerp. Bijzonder is de ‘verlopend’ toegepaste trapformule, de treden hebben verschillende afmetingen. Langs de vloeiende looplijn is de doorsnede van de brug uitgetrokken. Het silhouet is afwisselend smal en breed. De brug is voorzien van twee liften zodat ook minder validen van deze verbinding gebruik kunnen maken.
De brug komt in de as van de Tillegemstraat. De invloed op het aanliggende parkgebied van de Cinemacomplex is zo tot een minimum beperkt. De situering in de bestaande as heeft als groot voordeel dat de beide delen van de Tillegemdreef opnieuw met elkaar in verbinding komen. De barrièrewerking van de N31 wordt op deze wijze opgeheven.
Uitvoering
Het bijna 4 meter brede brugdek bestaat uit 10 millimeter dik staalplaat, verstijfd met 7 langsverstijvers. Twee grote langsschotten maken een kokersectie van het centrale deel. Aan weerszijden bevinden zich secties met een afgeschuinde onderzijde die overgaat in de ronde brugrand. In dwarsrichting staan om de 3 meter volledige schotten. De brug bestaat uit 4 overspanningen. Bij het landhoofd is het brugdek door middel van een as in een sleuf verbonden aan het steunpunt. De brug kan vrij vervormen in de lengterichting, dit voorkomt opwippen. Het rijvlak van de fietsbrug en de hellingen bestaan uit een epoxyvloer in de kleur rood. De leuningen zijn gemaakt van geperforeerd en gevouwen staalplaat.
Architecten: Beate Vlaanderen en Jeroen Eulderink