Het oorspronkelijke station uit de jaren `70 kon het steeds toenemende aantal reizigers en passanten niet meer aan.
Dit kleine en oude station had een te donkere en te smalle onderdoorgang en ademde bovendien een sombere sfeer uit, wat als onveilig werd ervaren.
Het nieuwe station kenmerkt zich door veel licht, transparanties en overzicht. Deze kenmerken zetten zich ook door in de nieuwe onderdoorgang van het station.
Drie randvoorwaarden hebben bij de ontwikkeling van het nieuwe stationsconcept een belangrijke rol gespeeld.
Ten eerste moest het comfort voor de reizigers optimaal worden en was de sociale veiligheid van groot belang.
Ten tweede was een goede verbinding tussen de stadsdelen aan weerszijden een vereiste, waarbij het station als een stedelijk focuspoint moest functioneren.
En tot slot moesten alle werkzaamheden uitgevoerd worden zonder dat het treinverkeer gehinderd werd.
Reizigers moesten kunnen blijven reizen, met andere woorden: tijdens de bouw `blijft de winkel open`.
Een tijdelijk station op het Hoekenrodeplein zorgde voor de vervangende stationsfunctie.
Dit alles maakte het bouwen extra ingewikkeld en tijdrovend, een echte megaklus.
Voor het creëren van een veilig en aantrekkelijk stationsgebied, werd gekozen voor maximale daglichttoetreding.
Door de stalen dakelementen aan de binnenzijde te bekleden met onbeschilderd hout (brandwerend geïmpregneerd Oregon Pine) kreeg het een “warme”, gedistingeerde uitstraling.
De met glas gewelfde kap, die ’s avonds afsteekt tegen de donkere hemel, steunt op grote stalen kolommen.
Deze stevige maar slanke ondersteuningen lijken op de letter ‘A’.
De ruimte tussen de betonnen spoorviaducten en de hierop gelegen perrons is open gelaten.
Hierdoor beleven de voetgangers het daglicht op de boulevard optimaal.
Van onderaf bekeken lijkt het station dan ook te zweven.
De betonnen spoorviaducten (vier viaducten met elk twee sporen op 10 meter boven de grond) en de staalconstructie van de kap (29 meter hoog) zijn vrij van elkaar geplaatst om de bewegingen in beide constructies gescheiden te houden. Onder de spoorviaducten door loopt een ca. 70 meter brede voetgangerszone (Boulevard) die het ArenA-gebied verbindt met het winkelcentrum Amsterdamse Poort. Een verbinding tussen oost en west. Roltrappen en glazen liften overbruggen het hoogteverschil tussen de onderdoorgang en de hoger gelegen perrons en sporen. Ook is er aan de westzijde een groot overdekt busstation aangelegd en zijn aan de oostzijde dienst- en commerciële ruimten en een bewaakte fietsenstalling gecreëerd.
Het nieuwe Intercitystation Amsterdam Bijlmer ArenA heeft onmiskenbaar allure gekregen. Het gebruik van hoogwaardige materialen, de schaal en de zorgvuldige vormgeving en detaillering maken dat het zonder twijfel een prestigieus vervoersknooppunt is.
De architecten van ARCADIS en Grimshaw hebben met het station Amsterdam Bijlmer ArenA de BNA architectuurprijs ‘Gebouw van het Jaar 2008’ gewonnen. De prijs is een initiatief van de Bond Nederlandse Architecten.
De jury was buitengewoon onder de indruk van dit station. “Dit superieure stationsgebouw met zijn weergaloze uitstraling en zijn vanzelfsprekende ligging is uniek in Nederland. Het heroïsche gebouw is op alle fronten een toonbeeld van vakmanschap.
Het is bovendien een wonder van openbaarheid, dat ver uitstijgt boven zijn functie van openbaarvervoersknooppunt”, aldus de jury. Verder roemt het juryrapport de stationskap die zorgt voor een betoverende en aangename ruimtelijkheid en een fenomenaal lichtspel.
Kroon op het werk was natuurlijk de officiële opening van het imposante bouwwerk op 17 november 2007 door Hare Koninklijke Hoogheid Kroonprinses Máxima.
Enkele kengetallen:
• Bruto vloeroppervlak: ca. 33.000 m2
• Dakoppervlak: ca. 18.500 m2
Door ARCADIS geleverde diensten
• Architectonisch ontwerp
• Staalconstructieontwerp
• Betonconstructieontwerp
• Installatieontwerp
• Spoorontwerp
• Bouwvoorbereiding
Architect ARCADIS: Jan van Belkum