Ruimte is schaars, ook voor de opvang van water in stedelijk gebied. Ontwikkelaars moeten voorzien in ruimte voor compenserende retentie binnen het plangebied. Soms is dat fysiek lastig of zelfs onmogelijk. In andere gevallen kan het ongewenst zijn. Waterschap Brabantse Delta verkent wat de voor- en nadelen zijn van compenserende retentievoorzieningen buiten plangebieden, in de vorm van een retentiefonds.
Voordelen retentiefonds
Een retentiefonds is een regeling waarbij de retentieverplichtingen, voortvloeiend uit planontwikkeling, buiten het plangebied worden afgewikkeld. Tegen betaling van een nader te bepalen bedrag wordt de individuele compensatie overgedragen aan het fonds. Een retentiefonds heeft als voordeel dat de retentieopgave elders en waarschijnlijk door een andere partij wordt ingevuld. Het voordeel voor de locatieontwikkelaar is dat deze in principe na de initiële verkenning van kosten en onderhandeling over de gewenste vorm van invulling geen omkijken meer heeft naar de retentie. Tegen kostprijs ontzorgt een derde partij hem van zijn verplichtingen. Ook voor gemeenten en waterbeheerders zitten er voordelen aan een retentiefonds. Het fonds biedt een uitweg uit de soms langdurige locatie- en kostenonderhandelingen met locatieontwikkelaars. Het biedt in principe ook de garantie dat de retentie daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Tegenover de afspraak met bijbehorende betaling staat de verplichting om de retentie aan te leggen en in stand te houden.
Uitwerking
ARCADIS heeft uitgewerkt welke fasen (initiatief, inrichting, beheer fonds en onderhoud retentielocatie) moeten worden doorlopen voor het realiseren van een retentiefonds en de bijbehorende fysieke retentievoorziening. De initiatiefnemer voor een retentiefonds zal overwegend een gemeente zijn, in samenwerking met het waterschap. Gemeente en waterschap kunnen overeenkomen dat er een centrale retentielocatie wordt ontwikkeld en dat de gemeente de compenserende retentie van meerdere bouwprojecten op die locatie mogelijk maakt. In dat geval kan de gemeente een financiële bijdrage afdwingen via de grondexploitatie. Ook kan in privaatrechtelijke overeenkomsten met de initiatienemers worden afgesproken dat de initiatiefnemer een financiële bijdrage levert aan het retentiefonds.
Er zijn twee mogelijkheden om de retentiecapaciteit met de ontwikkelaar af te rekenen. Op basis van een vast tarief (‘vaste inleg / vaste prijs’) of op basis van een verrekening van de werkelijke kosten (‘flexibele inleg / flexibele prijs’). Het beheer vindt plaats door gemeente (te verrekenen m2 verharding) en waterschap (corresponderende m2 of m3 retentiecapaciteit).