Gemeenten hebben per januari 2008 naast de zorgplicht stedelijk afvalwater ook de zorgplichten hemel- en grondwater erbij gekregen. Met de nieuwe zorgplicht hemelwater dient de gemeente nog meer dan voorheen de burgers te behoeden voor wateroverlast. Gemeenten kunnen zich bij extreme neerslagomstandigheden en wateroverlast niet meer direct beroepen op overmacht. Er geldt tenminste een inspanningsverplichting om te onderzoeken waar risicolocaties zijn, wat de effecten van meer extreme buien zijn op het functioneren van de riolering en welke maatregelen nodig zijn om het risico op wateroverlast te beperken. In hoeverre de maatregelen ook daadwerkelijk moeten worden doorgevoerd hangt af van het gekozen beschermingsniveau (politieke keuze) en de maatschappelijke kosten.
De gemeente Breda heeft in haar verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP 2009-2013) aangegeven een onderzoek uit te voeren naar de gewenste omgang met extreme buien. Het onderzoek bestaat uit de volgende stappen:
- Gevoeligheidsanalyse; voor welk type neerslag is Breda het meest kwetsbaar.
- Opstellen risicokaart; welke locaties zijn gevoelig voor regenwateroverlast.
- Inschatten invloed onderhoudstoestand op functioneren riolering.
- Creëren van een zogenaamd wateroverlastlandschap; waar verzamelt overtollig water zich?
- Aftasten gewenst beschermingsniveau tegen regenwateroverlast.
Het onderzoek resulteert in een technische onderlegger voor een bestuurlijk traject waarin de politiek zich moet buigen over het vraagstuk: “hoe ver moet en wil de gemeente gaan in het beschermen van de burgers tegen regenwateroverlast”.