Het Plan van Aanpak (PVA) bestaat naast een hoofdrapport uit vier deelrapporten: Saneringsplan bronlocaties Plan van Aanpak 2000 – 2005, Beheer leeflaag en grondstromen, Integraal Monitoringplan Grondwater, en Nazorg- en beheerplan. Het evalueren van het PVA betreft op hoofdlijnen drie aspecten: de evaluatie van de aan te pakken bronlocaties, de evaluatie van het grondwatermonitoringprogramma en de evaluatie van het omgaan met de leeflaag en grondstromen (in dit geval een evaluatie van de bodemkwaliteitskaart). De evaluatie van de twee eerste onderdelen is uitgevoerd door ARCADIS, in overleg met DHV. DHV heeft in de afgelopen vijf jaar de jaarlijkse grondwatermonitoring uitgevoerd. Ingenieursbureau CSO heeft zorggedragen voor de evaluatie van de bodemkwaliteitskaart. ARCADIS combineert kennis van informatiemanagement met inhoudelijke bodemkennis. De meerwaarde bij de aanpak voor DSM is dat het adviesbedrijf heeft meegedacht aan de opzet van het Plan van Aanpak en daar al jarenlang bij betrokken is. ARCADIS heeft het bodeminformatiesysteem van DSM (Bosanis) ontwikkeld waarin de bodemkwaliteitsdata zijn opgeslagen. Bovendien zijn bij de vorige evaluatie enkele tools ontwikkeld waarmee de trends inzichtelijk kunnen worden gemaakt.
Strategie
De ontwikkeling van de verontreinigingen in het grondwater is het belangrijkste criterium voor de beoordeling van de bronlocaties. Daarom is er voor gekozen om de grondwatermonitoring als uitgangspunt te nemen. Hiervoor moesten antwoorden worden geformuleerd op onder andere de volgende vragen. Hoe kunnen tendensen met betrekking tot de grondwaterverontreiniging worden vastgesteld? Hoe kunnen eventueel de monitoringsfrequenties worden aangepast? Concrete vragen hierbij zijn welke bronlocaties niet langer een terreingrensoverschrijdende pluim hebben, of welke verontreinigingen zich meer of sneller verplaatsen dan tot nu toe vermoed of bekend was (bijvoorbeeld niet-bronlocaties, nieuwe verontreinigingen).