Het toetsingkader voor verontreinigde grond is per 1 oktober 2008 gewijzigd. Dit is relevant voor bedrijven die bodembeheer uitvoeren.
Nieuw toetsingskader
Op 1 oktober 2008 is het toetsingskader voor verontreinigde grond in de circulaire bodemsanering gewijzigd. De toetsingswaarden worden gehanteerd om de mate van bodemverontreining weer te geven. De toetsingswaarden zijn gebaseerd op humaan-toxicologische en exotoxicologische uitgangspunten (RIVM studies) en beleidsmatige overwegingen (NOBO rapport). Op 1 oktober 2008 vervallen ook de circulaire streef- en interventiewaarden. De nieuwe streef- en interventiewaarden voor grondwater en de interventiewaarden voor grond staan in de gewijzigde circulaire. De streefwaarden voor grond worden vervangen door de achtergrondwaarden uit het Besluit bodemkwaliteit.
Balans
Het nieuwe besluit heeft tot doel de bodem nu en in de toekomst optimaal te kunnen gebruiken en te beschermen. Het geeft invulling aan het op duurzaamheid gerichte bodembeleid: de bodemkwaliteit moet minimaal voldoen aan een vastgestelde basiskwaliteit. Ook moet de kwaliteit goed genoeg zijn voor het beoogde gebruik en geen belemmering vormen voor een goede waterkwaliteit. Een ander doel is om stagnatie van maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van natuurgebieden, woningen of het verbreden en uitbaggeren van vaarwegen, door te rigide regelgeving tegen te gaan.
Nuchtere normen
De nieuwe normen zijn bepaald door nuchter naar de risico’s van het bodemgebruik te kijken. Voor verschillende vormen van bodemgebruik kan men per stof zien wat een goede bodemkwaliteit is. Voor bouwstoffen staat niet langer de toepassing, maar het product centraal. De eisen gelden voor de gehele keten van leverancier tot eindgebruiker.
Maatwerk
Gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders kunnen er voor kiezen om zelf normen vast te stellen die optimaal aansluiten bij de functies, de bodemkwaliteit en de ontwikkelingen in een gebied. Wanneer geen gebiedsspecifiek beleid wordt vastgesteld geldt automatisch het generieke beleid met landelijke normen voor het toepassen van grond en bagger. Bodemintermediairs, zoals adviesbureaus, laboratoria, aannemers en overheden hebben voortaan een certificaat nodig en moeten erkend zijn om bodemwerk uit te voeren.
Toezicht en handhaving
De VROM-Inspectie en de Inspectie Verkeer en Waterstaat krijgen eerstelijns handhavingbevoegdheden ten aanzien van alle schakels in de keten, behalve de opdrachtgever en de aannemer in het geval van oppervlaktewater. Deze blijft onder de verantwoordelijkheid van het lokale bevoegde gezag.
Reikwijdte
Het Besluit bodemkwaliteit kent drie onderdelen: de kwaliteit van uitvoering (kortweg ‘Kwalibo’), bouwstoffen, en grond en baggerspecie. De laatste twee onderdelen vervangen het huidige Bouwstoffenbesluit, het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer en regelgeving omtrent het verspreiden van baggerspecie. Naast het Besluit bodemkwaliteit is er een Regeling bodemkwaliteit met daarin de uitvoeringsbesluiten en normatieve invulling van het bodembeleid. Naar verwachting treedt het besluit vanaf 1 januari 2008 in werking. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2008 de regels voor de toepassing van grond en baggerspecie in oppervlaktewater gelden. Vanaf 1 juli 2008 gelden de regels voor de toepassing van bouwstoffen op of in de bodem of oppervlaktewater en voor toepassing van grond en baggerspecie op of in de bodem. Voor zowel grond als baggerspecie is er een nieuwe klassenindeling, met twee functieklassen: wonen en industrie. Het overheersende gebruik van de bodem bepaalt de functie van het gebied.
Voor wie relevant?
De regels zijn relevant voor bedrijven die activiteiten in het kader van bodembeheer uitvoeren (bodemintermediairs) of opdracht hiertoe verlenen (overheden, eigenaren). Het gaat daarbij niet alleen om de toepassing van grond, baggerspecie en bouwstoffen, maar ook om bodembescherming zoals het aanleggen en inspecteren van bodembeschermende voorzieningen en (water)bodemsanering. Zowel bedrijven uit de private sector (advies- en ingenieursbureaus, laboratoria, aannemers) als uit de publieke sector (grondbanken) kunnen deze activiteiten uitvoeren en zodoende als bodemintermediair fungeren.