Casus
De minister van V&W heeft in februari 2007 het Tracébesluit ‘Capaciteitsuitbreiding Coentunnel’ vastgesteld. Hiermee wordt voorzien in de aanleg van de Tweede Coentunnel. Vervolgens is in maart 2008 het Tracébesluit ‘Capaciteitsuitbreiding Coentunnel-2008’ vastgesteld, waarmee het Tracébesluit uit 2007 op het punt luchtkwaliteit is gewijzigd.
Als beroepsgrond wordt onder meer naar voren gebracht dat het MER verouderd is en niet aan het Tracébesluit ten grondslag gelegd had mogen worden.
De wetgeving
Op grond van de Wet milieubeheer neemt het bevoegd gezag een besluit bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt, niet dan nadat toepassing is gegeven aan de(voorbereidings)procedure uit de wet.
Het bevoegd gezag neemt evenmin een besluit, indien gegevens die in het milieueffectrapport zijn opgenomen, redelijkerwijs niet meer aan het besluit ten grondslag kunnen worden gelegd door aanmerkelijke wijzigingen in de omstandigheden waarvan bij het maken van het milieueffectrapport is uitgegaan.
Overweging Afdeling
Als eerste overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) dat het enkele feit dat tussen het moment van het vaststellen van de Trajectnota/MER en het vaststellen van het Tracébesluit ongeveer tien jaar is verstreken niet al met zich brengt dat de Trajectnota/MER niet meer aan het Tracébesluit ten grondslag kon worden gelegd.
Daarnaast is een aanvulling op de beschikbare informatie gemaakt. Dit is niet ongebruikelijk in onderhavige procedure en is in beginsel toegestaan, mits deze kenbaar zijn en als gevolg van deze aanvullingen geen sprake is van een wezenlijke feitelijke wijziging van het voorziene project.
Uitspraak
De beroepsgrond wordt ongegrond verklaard.
Noot
In bovenstaande uitspraak gaat het er niet om hoe oud het MER is, maar of het MER redelijkerwijs aan het besluit ten grondslag gelegd kan worden. Dit kan indien er geen sprake is van aanmerkelijke wijzigingen in de omstandigheden waarvan bij het maken van het MER is uitgegaan. Dit is niet de eerste keer dat de Afdeling tot dit oordeel komt. We verwijzen hierbij naar de uitspraak van 30 januari 2008, nr. 200607148/1 en 19 december 2007, nr. 200603203/1.
Bron: ABRvS 3 december 2008, nr. 200703693/1, JM 2009/14 m.nt Poortinga
Voor nadere informatie over m.e.r.-procedures kunt u contact opnemen met mr. N.A.M. Priems, Legal consultant.