|
Eerste Kamer akkoord met Invoeringswet Wabo
De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Invoeringswet Wet algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo). Met deze goedkeuring kan de Wabo inwerkingtreden.
De Invoeringswet Wabo en BOR/MOR is op 1 april jl. gepubliceerd in het Staatsblad.
De Invoeringswet is een technische wet. Deze wet regelt onder meer het overgangrecht en de wijziging van bestaande wetten die opgaan in de Wabo. Voor bedrijven en burgers zal de Wabo een lastenverlichting opleveren. Minister Huizinga, VROM, heeft aangegeven dat als de ICT naar behoren werkt, de Wabo per 1 juli 2010 kan worden ingevoerd. Bron: VROM, 23 maart 2010.
Voor nadere informatie over de Wabo kunt u contact opnemen met mr. N.A.M. Priems, Legal Consultant.
|
|
|
|
Crisis- en herstelwet in werking getreden
Medio maart heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Crisis- en herstelwet. De Crisis- en herstelwet is op 31 maart jl. in werking getreden. Deze wet moet leiden tot de bouw van wegen, sluizen, woningen en windmolenparken. Bron: nu.nl
Voor nadere informatie over de Crisis- en herstelwet kunt u contact opnemen met mr. N.A.M. Priems, Legal Consultant.
|
|
|
|
Nieuwe regels voor Warmte Koude Opslag
Het wettelijk kader voor Warme Koude Opslag (WKO) is beperkt. Voor open systemen, die water ontrekken en weer terugbrengen in het grondwater, geldt provinciaal beleid en wordt er gehandhaafd op grond van de Waterwet. Voor gesloten systemen geldt er nagenoeg geen wet- en regelgeving. Dit gaat veranderen!
Zowel voor open als voor gesloten systemen wordt er gewerkt aan een nieuw besluit en een regeling ingevolge de Waterwet en de Wet bodembescherming. Hierin worden kaders gegeven voor het benutten van kansen en het versnellen van de groei van bodemenergie.
Nieuwe wet- en regelgeving Het toepassen van WKO systemen wordt door het ministerie van VROM gestimuleerd. Om de groei te kunnen laten toenemen dient onder meer de vergunningsprocedures vereenvoudigd te worden. In een AMvB Bodemenergie worden de verkorte vergunning voor WKO systemen, melding, registratie en certificering nader uitgewerkt. De gesloten systemen komen ook onder het wettelijk kader te vallen. Getracht wordt om voor het overgrote deel van WKO systemen de lange procedures voor vergunningverlening in te korten. Voor gesloten systemen komt een lichte procedure. Dit om de belangen van de initiatiefnemer en zijn omgeving, en de bodemkwaliteit zelf te waarborgen. Met de komst van de AMvB worden vergunningvoorwaarden en procedures zoveel mogelijk geüniformeerd. Standaard WKO systemen krijgen uniforme voorschriften. Daarnaast is er de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften voor grote en afwijkende gevallen. Bron: SenterNovem bodem+
Voor nadere informatie over WKO procedures kunt u contact opnemen met mr. N.A.M. Priems, Legal Consultant.
|
|
|
|
Bouwplaats een inrichting volgens de Wet milieubeheer?
Een activiteit valt onder de werking van algemene regels of de vergunningplicht uit de Wet milieubeheer (hierna: Wm) indien er sprake is van een inrichting. Maar wanneer is er sprake van een inrichting?
De Wm geeft een definitie aan het begrip ‘inrichting’: ‘elke door de mens bedrijfsmatige of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht’.
Uit deze definitie kunnen de volgende criteria worden afgeleid:
- er dient sprake te zijn van een bedrijfsmatige of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid;
- de bedrijvigheid dient daarnaast binnen een zekere begrenzing te worden verricht; en
- de bedrijvigheid ‘pleegt te worden verricht’.
Uit de wet valt vervolgens af te leiden dat een inrichting in de zin van de Wm niet alleen moet voldoen aan bovengenoemde definitie maar ook moet vallen binnen een categorie omschrijving in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (hierna: Ivb).
Recent heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in de vraag of bouwactiviteiten vallen onder de Wm. Als beroepsgrond werd naar voren gebracht dat de bouwplaats voor de aanleg van een metrostation, gelet op de lange duur van de activiteiten, alsmede de onderlinge samenhang tussen de activiteiten, dient te worden aangemerkt als een inrichting zoals bedoeld in de Wm. Ook werd naar voren gebracht dat de bouwplaats voldoet aan categorie 1, onderdeel 1.1. van bijlage I van het Ivb, omdat motoren en installaties die genoemd zijn in deze categorie op de bouwplaats aanwezig zijn.
De Afdeling heeft in deze uitspraak overwogen dat met de Wm niet wordt beoogd om bescherming te bieden tegen nadelige gevolgen voor het milieu die bouwactiviteiten met zich kunnen brengen. Bouwactiviteiten zijn als zodanig ook niet in het Ivb aangewezen als inrichting die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. De wet beoogd niet om bouwactiviteiten onder categorie 1 van de bijlage I van het Ivb te brengen. De bouwplaats wordt niet als inrichting in de Wm beschouwd. Bron: ABRvS 17 februari 2010, zaaknummer 200901215/1/M1
Vragen over het begrip inrichting kunt u stellen aan mr. N.A.M. Priems, Legal Consultant.
|
|
|
|
Milieuaansprakelijkheid: de vervuiler betaalt
Het Europese Hof van Justitie (hierna: het Hof) heeft uitspraak gedaan op een prejudiciële vraag betreffende de uitlegging van het beginsel dat de vervuiler betaalt en van de Europese richtlijn betreffende milieuaansprakelijkheid*. Een prejudiciële vraag is een vraag die door een nationale rechter van een EU lidstaat wordt voorgelegd aan het Hof om uitleg over Europese regelgeving.
In deze zaak is een prejudiciële vraag voorgelegd door de Siciliaanse rechter in het kader van gedingen tussen enkele petrochemische bedrijven en Italiaanse overheden over milieuherstelmaatregelen die door de autoriteiten aan de bedrijven zijn opgelegd. De Italiaanse overheid houdt de bedrijven verantwoordelijk voor de vervuiling van de baai van Augusta, waar zij een vestiging hebben. Ze eist herstel van de vervuilde gebieden op basis van het beginsel dat de vervuiler betaalt. Dit beginsel is vastgelegd in het EU verdrag en wordt nader uitgelegd in de bovengenoemde richtlijn over milieuaansprakelijkheid. Volgens de betrokken bedrijven heeft de overheid geen onderzoek gedaan naar de individuele verantwoordelijkheid per bedrijf. Het Hof stelt vast dat de bevoegde overheid niet hoeft te voorzien in ‘absoluut bewijs’ van de verantwoordelijkheid voor milieuschade, voordat zij de betrokken bedrijven herstelmaatregelen kan opleggen. Wel moet de bevoegde overheid een ‘vermoeden voor dit bewijs’ kunnen overleggen, waarbij ze over een geloofwaardige aanwijzing dient te beschikken die haar vermoeden kan onderbouwen. Als voorbeeld voor zo’n aanwijzing geeft het Hof de omstandigheid dat het bedrijf nabij de geconstateerde verontreiniging is gelegen en de omstandigheid dat er overeenstemming is tussen de gevonden verontreinigende stoffen en de bestanddelen die het bedrijf in het kader van zijn activiteiten gebruikt.
Bron: EHvJ, Augusta, zaak C 378/08 en EUROPA decentraal.
Vragen over bovenstaande uitspraak kunt u stellen aan B.A. Bregman LL.M, Legal Consultant.
* 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PB L 143, blz. 56)
|
|
|
|
Voorpublicatie wijziging Activiteitenbesluit
De tweede grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling is voorgepubliceerd. Dit wijzigingsbesluit gaat over de tweede tranche van de tweede fase van het project dat als doel heeft meer activiteiten onder de algemene regels van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) te laten vallen, waardoor de vergunningplicht op grond van de Wet milieubeheer en de Waterwet kan komen te vervallen.
In deze tweede tranche bekijkt VROM of afvalgerelateerde activiteiten onder het Activiteitenbesluit kunnen vallen. Naar verwachting zullen met inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit voor 830 inrichtingen die worden beheerd door een private partij een verschuiving naar de algemene regels worden gerealiseerd. Het gaat daarbij om activiteiten betreffende kunststofrecycling, kunststofverwerking (zoals extrusie), opslag van oud papier en textiel, bunkerstations binnenvaart, opslag van groenafval, op- en overslag van afval en bedrijven waarin genoemde activiteiten worden gecombineerd.
Voor een aantal activiteiten wordt eerst een reguliere omgevingsvergunning vereist voordat de algemene regels van toepassing zijn. Dat geldt ten eerste voor activiteiten waarvoor op grond van EG-richtlijn milieueffectbeoordeling een individuele beschikking moet worden afgegeven. Daarnaast moet eerst een vergunning worden aangevraagd als het gaat om activiteiten waarvoor het bevoegd gezag een lokale toets moet uitvoeren, die bepaalt of een inrichting zich mag vestigen op de beoogde locatie. Nadat deze reguliere vergunning is verleend zijn op de activiteit de algemene regels van het Activiteitenbesluit van toepassing.
Naar verwachting treedt het wijzigingsbesluit op 1 januari 2011 in werking. Tot en met 14 april is de gelegenheid tot inspreken op het ontwerpbesluit. Bron: www.infomil.nl
Vragen over wijziging Activiteitenbesluit kunt u stellen aan B.A. Bregman LL.M, Legal Consultant.
|
|
|
|
|
|
|
|
Legal Consultants van ARCADIS loodsen opdrachtgevers door complexe juridische processen en helpen hen bij het vormgeven van hun strategie. Vanaf het eerste moment van beleidsontwikkeling tot en met de realisatie van concrete projecten. Zij combineren juridische expertise met de ervaring van inhoudelijke specialisten uit het ARCADIS netwerk. Het resultaat: praktische en realistische oplossingen op het gebied van milieu en ruimte, wonen en werken, mobiliteit en water. |
|
|
|
ARCADIS is een samenwerking aangegaan met SDU Uitgevers, ter uitbreiding van de Nieuwsbrief Omgevingsrecht. De milieujuristen van ARCADIS leveren berichten aan die een goede vertaalslag maken van de wijzigingen in wet- en regelgeving naar de praktijk. Heeft u belangstelling in de Nieuwsbrief Omgevingsrecht. Kijk dan op www.sdu.nl/catalogus/EMRO
/Banner%20sdu%20%20small.gif) |
|
|
|