Sign In
                   
home
home
 Evenementenagenda
 Nieuwsarchief
 Persarchief
 Publicaties

Zoeken

 

Go Search
 


Aanmelden  -  Afmelden
 
 
E-Legal Milieu
 

 

Nieuwsbrief over praktijkgevolgen van
actuele wet- en regelgeving

December 2008


Groen licht voor de Wabo

De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Wabo brengt ca. 25 regelingen samen die de fysieke leefomgeving betreffen. Het gaat hierbij ondermeer om bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen, die opgaan in één vergunning, de zogenaamde Omgevingsvergunning. Zo hebben burgers en ondernemers nog maar te maken met één loket, één beschikking en één procedure. De aanvraag kan digitaal worden gedaan en behandeld. Met de komst van de Wabo kunnen burgers en ondernemers gemakkelijker, goedkoper en sneller een vergunning van het bevoegd gezag krijgen die nodig is om hun activiteiten te realiseren.

De totstandkoming van de Wabo is een langdurig proces en de inwerkingtreding is uitgesteld. Zal het nu echt zo ver komen dat het wetsvoorstel op 1 januari 2010 inwerking gaat treden?

Bron: www.omgevingsvergunning.nl
Voor meer informatie over welke consequentie de Wabo heeft op uw project, kunt u contact opnemen met Naomi Priems, n.a.m.priems@arcadis.nl

 


 
 
 

Milieuvergunning vervalt niet indien door veranderde feiten en omstandigheden algemene regels van toepassing worden

Door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is de vraag beantwoord onder welke omstandigheden een milieuvergunning vervalt indien algemene regels van toepassing worden. De Afdeling oordeelt dat in de Wet milieubeheer (Wm) is bepaald in welke gevallen een vergunning vervalt. Het veranderen van de inrichting zodat deze onder algemene regels valt leidt niet tot het vervallen van de vergunning, zoals opgenomen in de Wm. Dit wordt niet anders wanneer van dit feit een melding wordt gedaan aan het bevoegd gezag. Zo lang de vergunning niet wordt ingetrokken, bestaat het recht om wederom de vergunde activiteiten te gaan uitvoeren. Uit de uitspraak blijkt dat je onderscheidt dient te maken tussen twee situaties:
1. door de inwerkingtreding of wijziging van een op grond van artikel 8.40 Wm vastgestelde algemene maatregel van bestuur, is voor een inrichting geen vergunning meer vereist;
2. door veranderde feiten en omstandigheden binnen een inrichting is geen vergunning meer vereist omdat de inrichting komt te vallen onder algemene regels.
In het eerste geval staat vast dat aan de vergunning geen betekenis meer toekomt. In deze situatie is de Afdeling van oordeel dat, ondanks het ontbreken van een expliciete wettelijke grondslag, de vergunning van rechtswege is komen te vervallen.
In de tweede situatie is de Afdeling van oordeel dat de vergunning enkel kan komen te vervallen door het intrekken van de vergunning door het bevoegd gezag.

ARCADIS is van mening dat dit een nieuwe lijn is die door de Afdeling wordt ingezet. Er zijn in het verleden namelijk meerdere uitspraken door de Afdeling gedaan waarbij is geoordeeld dat de vergunning in bovengeschetste situatie wel komt te vervallen. Indien invulling wordt gegeven aan deze recente uitspraak, dan zal dat een extra werkdruk voor het bevoegd gezag met zich meebrengen.

Bron: ABRvS 29 oktober 2008, nr. 200802355/1. Voor de gehele uitspraak zie www.rechtspraak.nl

 


 
 


Van Beste Beschikbare Technieken naar Betere Beschikbare Technieken

In de uitspraak van de ABRvS van 13 augustus 2008 (nr. 200704489/1) heeft de Afdeling - met verwijzing naar artikel 5a.1 lid 1 onder h van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb) en de IPPC-richtlijn - overwogen dat het bevoegd gezag bij het bepalen van de beste beschikbare technieken de tijd kan betrekken die een inrichting nodig heeft voor het omschakelen op een betere beschikbare techniek. Deze uitleg laat naar het oordeel van de Afdeling, gezien de aard en omvang van de binnen de inrichting te treffen maatregelen en de gevolgen daarvan voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, ruimte om bij het bepalen van de tijd die nodig is om een betere techniek toe te passen een al ophanden zijnde onderhoudstop te betrekken.
Dit was goed nieuws voor de industrie omdat door toepassing te geven aan deze uitleg voorkomen kan worden dat inrichtingen eerder stopgezet dienen te worden (met alle bedrijfseconomische consequenties van dien) om omgebouwd te worden om aan een betere beschikbare techniek te kunnen voldoen, wanneer de betrokken inrichting toch al binnen afzienbare tijd gestopt zal worden in het kader van onderhoudswerkzaamheden.
In haar uitspraak van 27 oktober 2008 (nr. 200707542/1) bevestigt de ABRvS deze lijn. Hierbij overweegt de Afdeling wel dat gelet op artikel 8.11 lid 3 Wet milieubeheer ook in de periode van het omschakelen op andere technieken in een inrichting tenminste voor de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. De situatie kan zich voordoen dat de voor een inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken in de loop van de tijd een andere inhoud krijgen. Dit betekent dat een bevoegd gezag onder omstandigheden gedurende de hierdoor ontstane overgangsperiode technieken waarmee een minder hoog niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt, als de voor een inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken kan aanmerken.
 
Uit de uitspraak kan worden afgeleid dat wel moet worden aangetoond dat de technieken die toegepast worden gedurende de overgangsperiode als voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken kunnen worden aangemerkt. Ook blijkt uit de uitspraak dat het van belang is dat de in de overgangsperiode toe te passen technieken als concrete verplichtingen in de milieuvergunning worden vastgelegd.

Kortom, bij het bepalen van de best beschikbare techniek kan de tijd worden betrokken die nodig is om om te schakelen op een betere techniek en in de overgangsfase zal als minimum eis blijven gelden dat de dan toegepaste technieken wel als BBT kunnen worden gekwalificeerd.
 
Bron: ABRvS 13 augustus 2008, nr. 200704489/1 en 27 oktober 2008, nr. 200707542/1
Zie www.rechtspraak.nl voor de gehele uitspraken.

 


 
 

 

PBV verklaring afgeschaft

De PBV-Verklaring voor vloeistofdichte vloeren is per oktober 2008 komen te vervallen. Deze verklaring die onderdeel was van het activiteitenbesluit (Barim) gaf aan dat een geïnspecteerde bedrijfsvloer vloeistofdicht is bevonden en op welke datum de inspectie heeft plaatsgevonden. Vanaf nu volstaat enkel het inspectierapport om aan te tonen dat een vloer op vloeistofdichtheid is onderzocht. Er wordt nu, in plaats van de PBV-Verklaring, een ‘Verklaring vloeistofdichte voorziening’ in het rapport opgenomen. De Ministeriële Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Rarim) is tevens hierop aangepast. Met het vervallen van de PBV-verklaring kan die ook niet meer in vergunningen worden voorgeschreven.

Bron: nieuwsbericht SenterNovem BodemPlus, 22 oktober 2008 / www.sikb.nl.

Voor vragen over vergunningverlening kunt u contact opnemen met Naomi Priems: n.a.m.priems@arcadis.nl

 


 


Wetsvoorstel modernisering m.e.r. naar de Tweede Kamer

Het wetsvoorstel modernisering m.e.r. is onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel leidt onder andere tot:

  • meer flexibiliteit;
  • vermindering procedurele verplichtingen;
  • vereenvoudiging van de m.e.r.-procedure door vervallen van de verplichting om een startnotitie te maken en het richtlijnen advies van de Commissie voor de m.e.r.;
  • de introductie van een licht m.e.r. regime voor eenvoudige projecten met beperkte milieugevolgen;
  • extra kwaliteitswaarborgen door participatie en toetsing door de Commissie voor de m.e.r bij alleen complexe projecten en strategische plannen.

Het wetsvoorstel heeft tot gevolg dat de doorlooptijd van een m.e.r-procedure wordt verkort. Dit komt onder meer doordat er geen sprake meer zal zijn van een verplichte startnotitie en doordat de advisering van de Commissie binnen de wettelijke inspraaktermijn van 6 weken gaat vallen.

Bron: Commissie voor de m.e.r., 20 november 2008. Voor het raadplegen van het wetsvoorstel ga naar: www.overheid.nl, TK 31755, nr. 2.

Voor meer informatie over het wetsvoorstel modernisering m.e.r. en andere m.e.r. gerelateerde vragen kunt u contact opnemen met Alexander Pruijssers: a.pruijssers@arcadis.nl

 


 


Natura 2000 en ammoniak: Kabinet eens met Taskforce Trojan

Het kabinet heeft een reactie uitgebracht op het advies van de Taskforce Toetsingskader Ammoniak. Het kabinet is het eens met de aanbevelingen van de taskforce voor de aanpak van de problematiek van een te hoge stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
Het kabinet concludeert net als Trojan dat het niet mogelijk is om algemeen geldende waarden of bandbreedtes te bepalen. Voor de oplossing dient maatwerk verricht te worden. Per gebied zal moeten worden bekeken hoeveel ruimte er is voor de aanwezige veehouderijen. Saldering kan volgens het kabinet mogelijk ruimte bieden voor bedrijfsontwikkeling. Dit houdt in dat een veehouderij die wil uitbreiden de stikstofdepositie van een in de buurt gelegen bedrijf dat stopt zou kunnen ‘overnemen’. Het kabinet vindt dat het in ieder geval noodzakelijk is dat de achtergronddepositie verder daalt om op termijn de natuurdoelen te kunnen realiseren.
Tevens is een handreiking opgesteld die moet helpen bij het vinden van een oplossing voor de problematiek van een te hoge stikstofdepositie. De handreiking is bedoeld voor het bevoegd gezag en geeft aan welke factoren meegewogen kunnen worden bij de beoordeling van activiteiten in en nabij Natura 2000-gebieden en bij de opstelling van beheerplannen.

Bron: persbericht Ministerie LNV, 24 november 2008.

Voor vragen over natuurbeschermingsrecht kunt u contact opnemen met Naomi Priems:  n.a.m.priems@arcadis.nl

 


 

 


 

 


 
   

 Contact


Legal Consultants
06 5049 5021

 Profiel

Legal Consultants van ARCADIS loodsen opdrachtgevers door complexe juridische processen en helpen hen bij het vormgeven van hun strategie. Vanaf het eerste moment van beleidsontwikkeling tot en met de realisatie van concrete projecten. Zij combineren juridische expertise met de ervaring van inhoudelijke specialisten uit het ARCADIS netwerk. Het resultaat: praktische en realistische oplossingen op het gebied van milieu en ruimte, wonen en werken, mobiliteit en water.