In de uitspraak van de ABRvS van 13 augustus 2008 (nr. 200704489/1) heeft de Afdeling - met verwijzing naar artikel 5a.1 lid 1 onder h van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb) en de IPPC-richtlijn - overwogen dat het bevoegd gezag bij het bepalen van de beste beschikbare technieken de tijd kan betrekken die een inrichting nodig heeft voor het omschakelen op een betere beschikbare techniek. Deze uitleg laat naar het oordeel van de Afdeling, gezien de aard en omvang van de binnen de inrichting te treffen maatregelen en de gevolgen daarvan voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, ruimte om bij het bepalen van de tijd die nodig is om een betere techniek toe te passen een al ophanden zijnde onderhoudstop te betrekken.
Dit was goed nieuws voor de industrie omdat door toepassing te geven aan deze uitleg voorkomen kan worden dat inrichtingen eerder stopgezet dienen te worden (met alle bedrijfseconomische consequenties van dien) om omgebouwd te worden om aan een betere beschikbare techniek te kunnen voldoen, wanneer de betrokken inrichting toch al binnen afzienbare tijd gestopt zal worden in het kader van onderhoudswerkzaamheden.
In haar uitspraak van 27 oktober 2008 (nr. 200707542/1) bevestigt de ABRvS deze lijn. Hierbij overweegt de Afdeling wel dat gelet op artikel 8.11 lid 3 Wet milieubeheer ook in de periode van het omschakelen op andere technieken in een inrichting tenminste voor de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. De situatie kan zich voordoen dat de voor een inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken in de loop van de tijd een andere inhoud krijgen. Dit betekent dat een bevoegd gezag onder omstandigheden gedurende de hierdoor ontstane overgangsperiode technieken waarmee een minder hoog niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt, als de voor een inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken kan aanmerken.
Uit de uitspraak kan worden afgeleid dat wel moet worden aangetoond dat de technieken die toegepast worden gedurende de overgangsperiode als voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken kunnen worden aangemerkt. Ook blijkt uit de uitspraak dat het van belang is dat de in de overgangsperiode toe te passen technieken als concrete verplichtingen in de milieuvergunning worden vastgelegd.
Kortom, bij het bepalen van de best beschikbare techniek kan de tijd worden betrokken die nodig is om om te schakelen op een betere techniek en in de overgangsfase zal als minimum eis blijven gelden dat de dan toegepaste technieken wel als BBT kunnen worden gekwalificeerd.
Bron: ABRvS 13 augustus 2008, nr. 200704489/1 en 27 oktober 2008, nr. 200707542/1
Zie www.rechtspraak.nl voor de gehele uitspraken.