Op 31 maart 2010 is de Crisis- en Herstelwet in werking getreden. De wet kent beroep in één instantie. Dit houdt in dat het beroep tegen een op grond van de Crisis- en Herstelwet genomen besluit bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden ingediend. De termijn voor het indienen van beroep bedraagt zes weken. Binnen deze termijn dienen alle beroepsgronden bekend te zijn. Buiten deze termijn mogen er geen (aanvullende) beroepsgronden worden aangevoerd. Dit betekent dat een summier gemotiveerd beroepschrift zal leiden tot een geschil van beperkte omvang. Op grond van de wet dienen alle beroepsgronden in één keer uitvoerig gemotiveerd worden ingediend.
Snellere procedure
De wet zorgt er voor dat de Raad van State de zaak versneld behandeld. De Raad van State dient binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak te doen. De totale procedure na bekendmaking van het besluit bedraagt zeven en een halve maand. Hierop geldt een uitzondering, namelijk dat indien de bestuurlijke lus wordt toegepast, de tussenuitspraak binnen zes maanden dient te zijn gedaan en de einduitspraak binnen zes maanden na verzending van de tussenuitspraak. Als de bestuurlijke lus wordt gevolgd, bedraagt de totale procedure dertien en een halve maand. Op het niet tijdig doen van een uitspraak door de Raad van State staat geen rechtsmiddel open.